COMMENTARIA PHILOSOPHICA!
Ik weet dat er tegenwoordig een hoop mensen zijn die zichzelf als atheïsten zien. Zich daar blind op beroemen of dat alles is wie of wat ze zijn. Hoe ze zichzelf naar de letter van het woordenboek beschouwen als Goddelozen. Nooit de kerk meer hoeven bezoeken waardoor ze elke zondag als varkens in de modder kunnen uitslapen. Die op wetenschappelijke gronden, omdat het godsbewijs niet te leveren valt zonder te geloven luidkeels roepen; God is dood. Een kretologie die noch waar noch niet waar is. Dit omdat de vraagstelling, bestaat God, in het licht van Johannes 1-1-18 onjuist onder woorden wordt gebracht. Juist de al te pertinente ontkenning zonder juiste definitie van het Godsbegrip een paradoxale bestaansmogelijkheid impliceert. Waarvan een atheïst, blind voor het licht van het geloof, alleen de reikwijdte van de argumenten voor niet ziet.
In het licht van het feit dat 85% van de wereldbevolking op de een of andere manier in God gelooft. Zou de vraag woordelijk moeten luiden; maakt geloven in een God gelukkig? Waarbij het begrip; het Woord kan worden vervangen door liefde of geluk. Waarbij je hoogstens kunt stellen dat alleen voor wie liefde kent een verlichte liefde als poëtische mogelijkheid kan bestaan. Dat leest toch even anders.
Ze roepen dit in navolging van de Duitse filosoof van wie ik de voornaam steeds vergeet. Dat zoeken we op om met de gevleugelde uitdrukking uit het quizprogramma; twee voor te spreken. Friedrich Nietzsche lees ik op de webpagina van het; Nederlands woordenboek.Woorden.org, in 126 quotes.
Nu houd ik al zou je dat niet zeggen als je de lengte van mijn artikelen bekijkt van korte en kernachtige uitspraken. Net als ik meer van Japanse haiku’s houd dan van de poëzie van de tachtigers. Het gaat er al direct stevig tegen aan, zo lees ik:
Waarheden zijn alleen maar illusies die vergeten zijn dat ze illusies zijn.
Wat je ook van de nodige mensen kunt beweren. Zelf ben ik dol op de illusies die ik voor mezelf maak, de leugens die ik over mezelf vertel of over gepersonifieerde waarheden. Neem de eerste zin uit Johannes 1-1-18. In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. Dat is toch regelrecht smullen voor een dichter op zoek naar zijn ziel en zaligheid. Dat het Woord zo godsgruwelijk veel vermag dat het papier waarop het geschreven staat je zaad mag ontvangen na het poëtisch masturberen.
Nog een wat discutabele uitspraak:
Wanneer een vrouw een geleerde wordt, is er gewoonlijk iets mis met haar geslachtsorgaan.
Een uitspraak waarmee hij zich direct kwalificeert voor een jarenlang verblijf in een blijf-van-mijn-lijfhuis, alleen voor knotsgekke doch echte onnadenkende mannen.
Nog zo een briljante uitspraak, het houdt niet op:
We moeten leren op het juiste ogenblik te sterven.
Wat mij weer verleid tot; je kunt beter te jong sterven dan te laat, omdat je op het begrip het juiste ogenblik de klok niet gelijk kunt zetten.
Wauw, ik krijg nu echt de smaak te pakken, dus nog maar een lezen om er de nodige kanttekeningen bij te plaatsen of wat ik nu moeiteloos uit mijn mouw schudt:
feiten zijn de voetnoten van de waarheid.
Of zal ik voor de vuist weg, schrijven:
Feiten zijn de kanttekeningen bij de waarheid.
Ook niet slecht al zeg ik hetzelf. Ik twijfel nog net als Descartes in zijn tijd of twijfel wel voldoende grond voor mijn recht op bestaanszekerheid biedt als mens. Of dat twijfel tot de universele rechten van de Mensch op leeftijd behoort? Wat me tot een nieuw aforisme verleid:
Wie jong van hart zonder zekerheid is pakke de eerste steen op. En werpe die de oudjes voor de voeten.
Ter afwisseling weer een van Friedrich Nietzsche om bescheiden te blijven.
Wie in bloed en aforismen schrijft, die wil niet gelezen worden, maar uit het hoofd geleerd worden.
Of al mijn lezers daar notie van willen nemen. Er met hun hoofd bij willen blijven en er rekening mee willen houden. Het feit dat het verschil tussen een mens en een chatbot vooral een verschil in opslagcapaciteit van het geheugen is dat in het voordeel van de laatste uitvalt, omdat die kunstmatige intelligentie niet weet wat fouten zijn. Oké nog een onsterfelijke wijsheid van onze Friedrich:
´
Wie niet kan liegen, weet niet wat waarheid is.
Een lucide idee waar Bertus Aafjes vast zijn aforismen aan ontleend heeft; dichters liegen de waarheid! Net als alle Kretenzers overigens. Olijvenvreters die hem voorgingen. Tot de onverbeterlijkste leugenaars uit de geschiedenis van de filosofie behoorden en met de woorden van Nietzsche tot de grootste dichters van de Klassieke oudheid. Wat helaas niet de conclusie rechtvaardigt dat de woorden van een dichter als ik onsterfelijk zijn. Zeker niet nu het analfabetisme weer zienderogen toeneemt.
Ter afsluiting dan nog een laatste oneliner:
Word wat je bent!
Nee ik schaam me nergens voor, maar toch. Met als treurige aanvulling op deze neoliberale wensgedachte:
En droom maar lekker over wat je nooit zult zijn!
En toch echt de allerlaatste als uitsmijter al kan ik er nog veel meer uit mijn duim zuigen:
Na het eten hoort men een pijp te roken en zijn vrouw te gebruiken.(?)
Ik neem niet aan voor de afwas, maar wee zij die slecht denken. Zo dacht mijn betovergrootvader er ongetwijfeld ook over. Waardoor het lijkt of mijn hele voorgeslacht tijdens een vluggertje op het aanrrechtblad net voor de dagelijkse vaat gemaakt is . Toch laat ik als het volgende stadium in de evolutie van het denken positief eindigen met mijn eigen ervaring in een oneliner onder woorden te brengen.
De liefde van een vrouw is duizend keer meer te wensen dan de lof van duizend mannen.
Daar kunnen jullie het wel weer mee doen.
Ludo 3-02-2025