Ik ben compleet een warhoofd, niet dat ik geestelijk van slag ben. Mezelf zie vliegen, dat niet zozeer. Noch ben ik op zoek naar mezelf of de losgeslagen delen daarvan, eerder het tegendeel. Het lijkt me ideaal als ik als keus mijn identiteit als een niet te beschrijven klaploper leeg kan laten lopen als een rosé verjaardagsballon op een kinderpartijtje in Wassenaar. Misschien ben ik afgelopen nacht wel veranderd in de menselijk evenknie van waar iedereen die van zichzelf niets te vertellen heeft tegenwoordig zo mee loopt te dwepen; Artificiële Intelligentie. Vooral de grote techbedrijven. Of het sprokkelen en opslaan in de kapitale datahemel van enorme aantallen persoonsgegevens, zonder toestemming vooraf vergaard op de vrije markt van sociale platforms om het gedrag te sturen op zichzelf al een vergunning vormt. Een attitude op basis van wie je was in je vorige leven gelijk staat aan het mensgeworden denkproces. Of een bedrijf als Facebook de vrije wil kan uitschakelen of deformeren door de mensen te bedraden met vaste consumptie patronen. Of de vrijheid is opgebouwd uit de nodige weerstanden op in Amerika vervaardigde printplaten.
Nee, ik denk dat ik eerder ben veranderd in een automatisch werkende denkmachine. Une machine á penser automatique waar aan de lopende band nog niet eerder gedachte gedachten uitrollen met de lengte van wellustige dropveters. Want dat is het mooie van denken en gedachten; het zijn geen vervuilende ruimtevreters. Net zo groen en onstoffelijk als de ziel hoeft men niet bang te zijn dat gedachten de aandachtsruimte zullen om-stoffelijken als de Joden na 1948 het land Israël omvolkten.
Maar er tollen en tuimelen talloze gedachten in arabeske patronen en van vreemde snit door mijn hoofd. Gedachten, ideeën, woorden en beelden in een bizarre verknipte taal zonder vocalen die als vrije vogels in eerste noch in laatste instantie sporen nalaten. Daar ook absoluut niet om vragen ze te bewaren al zijn het de edelstenen van het denkbeeldige. Hun voorkomens de maagdelijke sneeuwvlokken even blanco laten of dat ze net gevallen waren als de bladeren van de pruimbloesem. De liefde die men voelt als men zichzelf in niets hoeft te verloochenen. Een tabula rasa van met elkaar vermengde geuren, kleuren, zintuiglijke waarnemingen van binnen en van buiten waardoor de roes van het automatisch denken steeds met een schone lei begint en zich even later weer laat uitwissen. Waar ik de oorsprong niet van ken. Niet van doordrongen denk, dat het mijn onderbewuste wel moet zijn. De bevroren zin van de eigenwaan. Waardoor ik me niet hoef schamen voor hun afkomst. Het kunnen mijn kinderen zijn maar ook die van de buren of de liefde als het laatste juweel. Het laatste geniet gezien mijn eigen verleden mijn voorkeur, maar die zal ik aan niets wat ik denk, voel of een volmaakte combinatie de synthese van die twee, een huwelijk tussen twee geloven in die goddelijke warreling opdringen.
Het vormt het privilege van de totale vrijheid van een ongebonden vrije wil door geen God of mens tegen te houden te mogen komen en gaan wanneer het hun beliefd. Net hoe het in hun hoofd of hart opkomt toch even naakt als zij geboren waren. Het is de waanzinnelijkheid van de ongebreidelde creativiteit die ik als een pitbull uitlaat op de vroege zondagmorgen.het vroege uur waarin ik niet bang hoef te zijn dat mijn onzalige woorden andere tot hondsdolheid drijven
De individuele vrijheid er soms alleen maar uit bestaat als eerste of laatste het licht uit te mogen doen. Het ik te doven waarin de wereld het ego gevangen houd. Soms houden ze me een tijdje bezig doordat ze zich ordentelijk verzamelen als een heerschare en zich formeren en laten opbouwen tot concrete beelden. In taal of kunst kunnen worden vastgelegd aan de ketting van de rede of gevangen in verstenende beelden. Als de gloeiende druppels op een plaat die de emoties smaak geven. Ik denk en bedenk als de eerste binenwereld architect de afmetingen van hun cel. Blijkt die te klein of kom ik er van mezelf niet uit. Zie dat ze een grotere geest nodig hebben dan de mijne, een heelal aan uitzinnige ruimte laat ik ze weer vrij. Want vrijheid van denken bestaat er voor een denkkunstenaar vooral uit dat je noch jezelf noch je denken of voelen zo vastlegt dat ze onwrikbaar verankerd worden aan de lagere wal in en van de werkelijkheid. Ware vrijheid moet op elk moment van de dag onbelemmerd uit kunnen varen. Zo niet lijdt je als gevestigd kunstenaar aan kunstmatige en dwangmatige voor af bepaalde creativiteit. A.C.(Artificiële Creativiteit) om het kort te omschrijven.
Dat ik dit vastleg in door u na te volgen woorden en de beperkingen voor lief neem die dat aan uw vrijheid oplegt, is eigenlijk al een brug over de reinheid van mijn geweten te ver. Maar ik schrijf het toch om een boodschap van een verlossers onder woorden te brengen. De blijde boodschap dat kunst de weerspiegeling van de ongebonden onblusbare vrijheid van de geest moet zijn. En niet een angstig vastklampen aan de techniek, een duistere verbeelding van de benauwende en bekrompen werkelijkheid. Het gelikte kleingeestige realisme dat zo veel bewondering oogst in de ogen van de anderen. De kleinburgers die hun eigen vrijheid in hun onbewoonbaar verklaarde bovenkamer hebben opgeofferd aan de afgod, de mammon van een bestaanszekerheid, de veiligheid van een vredige gezapigheid die hun leven bepaalt van de wieg tot aan het graf. Want ware vrijheid overwint de dood, omdat de dood noch denken noch scheppen kan zonder gevangen te zijn in het voorland van de angst.
Ludo 27-1-2025
de reden van het schrijven was om aan te tonen dat een AI-systeem wel even gek moet zijn als ik om dit essay op deze manier te kunnen formuleren. Dat AI hoe functioneel ook in een aantal opzichten in wezen ook beperkingen kent, omdat al train je iets waarvan de output bestaat uit het meest waarschijnlijke met een miljoen voorbeelden dat an sich geen nieuwe inzichten op grond van nieuwe betekenissen oplevert.